“Het voorstel van Close is gevaarlijk omdat zulke maatregelen vooral kunnen gebruikt worden om politieke tegenstanders de mond te snoeren”, duidt Lootens-Stael. “Niet de tienduizenden vreedzame betogers waren toen de aanstokers van het geweld tegen politie en ordedienst van de grote Europese betoging voor vrijheid. Wel een extreemlinkse groep onder leiding van zogenaamde ‘antifascisten’ uit vooral Frankrijk die Brussel op zijn kop wilde zetten. De politie kon hen inrekenen, maar deed dit niet. Ook niet toen de ordedienst er op aandrong. De agressors werden zelfs richting Jubelpark gedreven en konden zich mengen met het publiek. Duizenden mensen werden door de politie met harde hand uit het park gedreven waardoor escalatie volgde.”
Lootens-Stael herinnert er aan dat er bij de ordehandhaving op het Brussels grondgebied geregeld iets grondig fout loopt. “Steeds opnieuw zijn er getuigenissen dat kleine groepen provocateurs de politie molesteren zodat de politie zich ook tegen vreedzame betogers keert. Met het gevolg dat de situatie helemaal uit de hand loopt. Minister-president Vervoort weigert echter zijn coördinerende rol op te nemen en beweert dat er door Close in het beheer van de betoging geen fouten werden begaan. Ik durf dit ten stelligste te betwisten,” benadrukt Lootens-Stael.
“Close laat al te vaak linkse extremisten ongemoeid en gebruikt hun aanwezigheid om ganse betogingen die hem niet welgevallig zijn in diskrediet te brengen”, besluit Lootens-Stael. “Zo wordt de roep om betogingen te verbieden aangewakkerd – wat een bedreiging is voor onze vrijheden. Bovendien komt de veiligheid van de politie zo in gevaar. Het wordt hoogtijd dat de perfide rol van Close in het gebeuren wordt onderzocht.”